Madonna met Kind, 2000
BENO╬T HERMANS (solo)

March 4 - April 1
press release

LA VITA NUOVA - Benoţt Hermans

Twee jaar geleden heb ik een reis gemaakt door Mali, West-Afrika. Ik had nog niet eerder voet gezet buiten de westerse wereld; dus het was tevens de eerste keer dat ik in aanraking kwam met een niet-westerse samenleving. Ik dacht aanvankelijk dat ik die confrontatie heel gemakkelijk aan zou kunnen. Het radicaal 'andere', de vervreemding heeft in mijn werk immers altijd 'n prominente plaats ingenomen. 'Daar kan Afrika ook nog wel bij'- moet ik gedacht hebben. En is een goed kunstwerk niet per definitie met het verschijnsel van de cultuurshock verbonden?

Niets bleek echter minder waar.
Een andere wereld is een heel andere grootheid.
Alleen al die natuur: ze is er niet alleen groot en overweldigend in de vorm van de stoffige, rode, oneindig grote aarde of in de vorm van een gigantische boom met luchtwortels die nog de val van het Romeinse rijk hebben meegemaakt, maar vooral ook als de alomtegenwoordige ruwe grondstof van elk menselijk artefact.

Verder de ontdekking van een wereld die als geheel altijd veel sterker blijft dan de samenstellende delen. Alles - of het daarbij nu gaat om een blikje cola, die stralende lach op elk gezicht dat je tegenkomt of het prachtige craquelÚ van de door een aanhoudende hitte gegeselde aarde - het blijft allemaal onzichtbaar tenzij via de omweg, of eigenlijk het obstakel van het geheel. Zien en waarnemen krijgen een extreem, metafysische lading. Je hebt zelfs de neiging om zoiets eenvoudigs als een schaduw of een textiele frutseltje in het zand te interpreteren als een vreemde, exotische constellatie.

Maar nog vreemder dan deze ontregeling van waarneming en natuur, bleek de wijze waarop de mensen in Mali leven in een soort tegenwereld van Westerse luxe en warenverbruik. De kwaliteit van onze omgang met fysische objecten lijkt wel direct gekoppeld aan de grillige norm van de gemechaniseerde productiewijzen. Verbruik en productie zijn op een vreemde, anonieme wijze van buitenaf bepaald. We eten, werken en consumeren op een manier die niets met onszelf of het object van een handeling te maken heeft. In Mali zou dat onmogelijk zijn. Nog wezenlijk onaangetast door de gehaktmolen van monothe´sme en industrialisatie bepalen mens en object zelf het tempo en de intensiteit van een bepaald gebruik. En deze fundamentele relatie is nog steeds en daadwerkelijk de maat voor alle dingen.

Terug in Nederland vroeg ik me af wat ik hiermee moest. Ik had geen zin in een postmoderne cocktail van elementen uit de eerste en derde wereld, een soort psychedelische hutspot waarin alle wezenlijke verschillen zijn weggepoetst. Hoe houd je het complexe karakter van alle aspecten van deze nieuwe ervaring in stand: de sterke fascinatie die uitgaat van een nog onge´ndustrialiseerde wereld aan de ene kant, het toch altijd ook min of meer verdachte motief van een postindustriŰle cultuurmoeheid aan de andere kant? En hoe schilder je dat? Bestaat er wel zoiets als een beeldende equivalent voor deze verhouding? Of stuit je altijd gewoon domweg op de culturele begrenzingen van een zo door-en-door westers medium als de schilderkunst?

In ieder geval kan ik niet ontkennen dat deze reis door Afrika zich in mijn 'systeem' gedrongen heeft en in die zin vraagt het hoe dan ook om een reactie. Want op 31 juli '99 stapte ik in Mali weer in het vliegtuig terug naar Parijs. Maar het land waar ik drie weken geweest was, heeft mij sindsdien niet meer verlaten.